Laudes
Nederlands

zondag 25 oktober 2026

30e zondag door het jaar

Zondag

Inleiding

V. Heer, open mijn lippen.

R. En mijn mond zal uw lof verkondigen.

Antifoon bij het invitatorium

Kom, uitverkoren volk van God, ° aanbid uw Leidsman en Herder, alleluia.

Psalm bij het invitatorium

Psalm 95 (94)

Uitnodiging om God te loven

Spreekt elkaar moed in, elke dag, zolang het ‘heden’ duurt (Heb. 3, 13).

Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten, *

juichen wij toe de Rots van ons heil.

Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang, *

Hem met liederen eren.

Een machtige God immers is de Heer, *

koning is Hij over alle goden.

De aarde ligt uitgespreid in zijn hand, *

aan Hem behoren de toppen der bergen.

De zee is van Hem, Hij heeft haar gemaakt, *

zo goed als het land, door zijn handen gevormd.

Komt, werpen wij ons aanbiddend ter aarde, *

knielen wij neer voor Hem die ons schiep.

Hij is onze God en wij zijn volk, *

Hij is de herder en wij zijn kudde.

Luistert heden dan naar zijn stem: †

‘Weest niet halsstarrig als eens in Meriba, *

zoals in Massa in de woestijn;

Waar uw vaderen Mij wilden tarten *

ofschoon zij mijn daden hadden gezien.’

‘Veertig jaar stond dit volk mij tegen; †

Ik sprak: zij zijn toch een dolend volk, *

zij kennen mijn wegen niet.

Daarom heb Ik in gramschap gezworen: *

nimmer vinden zij rust bij Mij.’

Eer aan de Vader en de Zoon *

en de heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd *

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Psalm 100 (99)

De vreugde van hen die de tempel binnentrekken

De Heer laat de verlosten een overwinningslied zingen (H. Athanasius).

Juicht voor de Heer, alle landen, †

dient met blijdschap de Heer, *

treedt voor zijn aanschijn met jubel.

Waarlijk, de Heer is God, †

Hij is de Schepper en Meester, *

wij zijn kudde, zijn volk.

Trekt met een lied door zijn poorten, †

komt in zijn voorhof met zang, *

zegent zijn Naam en eert Hem.

Hij is ons goed gezind, †

eindeloos is zijn erbarmen, *

zijn trouw van geslacht op geslacht.

Eer aan de Vader en de Zoon *

en de heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd *

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Psalm 67 (66)

Alle volken eren de Heer

Aan u zij bekend dat aan de heidenen dit heil van God is gezonden (Hand. 28, 28).

God zij ons genadig en zegene ons, *

Hij late zijn aanschijn over ons lichten;

Opdat men op aarde uw wegen mag kennen, *

in alle landen uw heil.

Geef dat de volken U eren, o God, *

dat alle volken U eren!

Laat alle naties van vreugde juichen, †

omdat Gij de volken rechtvaardig regeert *

en alles op aarde bestuurt.

Geef dat de volken U eren, o God, *

dat alle volken U eren.

De aarde gaf ons haar vruchten, *

de zegen van onze God.

God geve ons zo zijn zegen *

dat heel de aarde Hem vreest.

Eer aan de Vader en de Zoon *

en de heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd *

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Psalm 24 (23)

De plechtige intocht van God in zijn tempel

Voor Christus, opgestegen van de aarde, gaan de poorten van de hemel open (H. Ireneüs).

Aan God hoort de aarde en al wat erop is, *

de aardschijf en al wat daar woont;

Want Hij heeft haar op het water gegrondvest, *

haar vastgelegd op de zee.

Wie zal beklimmen de berg van de Heer, *

wie in zijn heiligdom staan?

Die rein is van handen en zuiver van hart, †

zijn zinnen niet zet op wat kwaad is, *

zijn evenmens niet bedriegt.

Hij zal gezegend zijn door de Heer, *

door God, zijn heil, gerechtvaardigd.

Zo doet het geslacht dat zich richt tot Hem, *

dat staat voor het aanschijn van Jakobs God.

Poorten, heft uw kroonlijsten op, †

gaat open, aloude deuren: *

de Koning der glorie moet binnengaan.

Wie is deze Koning der glorie? †

De Heer, de sterke, de machtige, *

de Heer, de held in de strijd.

Poorten, heft uw kroonlijsten op, †

gaat open, aloude deuren: *

de Koning der glorie moet binnengaan.

Wie is deze Koning der glorie? †

De Heer van de hemelse machten, *

Hij is de Koning der glorie.

Eer aan de Vader en de Zoon *

en de heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd *

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Ant.

Kom, uitverkoren volk van God, ° aanbid uw Leidsman en Herder, alleluia.

Hymne

Reeds verdwijnt het duister van de nacht

Reeds verdwijnt het duister van de nacht

en verrijst het licht in volle pracht.

O dat thans ons bidden en ons zingen

tot de hemel door mag dringen.

Opdat God erbarmen met ons heeft,

onze vrees verdrijft, ons vrede geeft,

als een Vader ons zijn rijk zal geven

waar wij eeuwig met Hem leven.

Geve dat ons de Drievuldigheid,

Vader, Zoon en Geest, wie zij gewijd

lof en eer door alle mensen samen

overal op aarde. Amen.

Gezegend die de wereld schept

Gezegend die de wereld schept,

de dag uit nacht tot leven wekt,

het licht der zon roept en de maan,

de sterren om op wacht te staan.

Gezegend die de aarde maakt,

de grenzen van de zee bewaakt,

ontluiken doet het jonge groen,

de kleurenpracht van elk seizoen.

Gezegend die een woonplaats maakt

voor wat beweegt en ademhaalt,

de dieren in het vrije veld,

de vogels in hun zingend spel.

Gezegend die de mensen roept

tot liefde, vruchtbaarheid en moed

om voor elkander te bestaan

in eerbied voor zijn grote Naam.

Gezegend zijt Gij om uw Woord

dat ons tot vrede heeft bekoord,

tot leven dat van lijden weet,

tot liefde die geen einde heeft.

Gezegend zijt Gij om de Geest

die van de aanvang is geweest:

de adem die ons gaande houdt,

ten einde toe in U behoudt.

Antifoon

Gezegend die komt met de naam van de Heer, alleluia.

PsalmPsalm 118 (117)

Gejuich van feest en geluk

Hij is de steen die door u, de bouwlieden, niets waard werd geacht en toch tot hoeksteen geworden is (Hand. 4, 11).

Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, *

eindeloos is zijn erbarmen!

Herhaalt het, stammen van Israël: *

eindeloos is zijn erbarmen!

Herhaalt het, zonen van Aäron: *

eindeloos is zijn erbarmen!

Herhaalt het, dienaren van de Heer: *

eindeloos is zijn erbarmen!

Ik riep tot de Heer vanuit mijn ellende, *

Hij heeft mij gehoord en bevrijd.

De Heer is met mij, ik ben niet bevreesd; *

wat kan een mens mij nog kwaad doen?

De Heer is met mij, mijn bondgenoot, *

ik zie mijn bestrijders beschaamd staan.

Want beter is het te gaan tot de Heer, *

dan op een mens te vertrouwen;

En beter is het te gaan tot de Heer, *

dan te vertrouwen op vorsten.

Ik werd omsingeld door vreemde volken, *

ik heb ze verjaagd door de naam van de Heer.

Zij sloten mij in van alle kanten, *

ik heb ze verjaagd door de naam van de Heer.

Als bijen zwermden zij om mij heen, †

zij vlamden op als vuur in de doornen, *

ik heb ze verjaagd door de naam van de Heer.

Zij stootten mij weg en sloegen mij neer, *

maar Hij heeft mij ondersteund.

Mijn kracht is de Heer en mijn lofzang: *

Hij heeft mij redding gebracht!

Nu klinkt er gejuich van feest en geluk *

in alle tenten der vromen.

De Heer greep in met krachtige hand, †

de hand van de Heer heeft mij opgericht, *

de hand van de Heer was machtig.

Ik zal niet sterven maar blijven leven *

en alom verhalen het werk van de Heer.

Geslagen, getuchtigd heeft mij de Heer, *

maar niet ten dode gedoemd.

Maakt open de poort der gerechtigheid, *

daarbinnen wil ik de Heer gaan danken.

Dit is de poort van de Heer, *

de vromen treden er binnen.

Ik dank U, dat Gij mij verhoord hebt *

en dat Gij mij hebt gered.

De steen die de bouwers hebben versmaad, *

die is tot hoeksteen geworden.

Het is de Heer, die dit heeft gedaan, *

een wonder voor onze ogen.

Dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt, *

wij zullen hem vieren in blijdschap.

Ach Heer, geef Gij ons uw heil, *

ach Heer, geef Gij ons voorspoed!

Gezegend die komt met de naam van de Heer; †

wij zegenen u uit het huis des Heren; *

de Heer is God, Hij verlicht ons.

Begeeft u in optocht met lovertakken *

tot bij de horens van het altaar.

Mijn God zijt Gij en ik dank U, *

mijn God, ik verkondig uw roem.

Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig, *

eindeloos is zijn erbarmen.

Eer aan de Vader en de Zoon *

en de heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd *

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Ant.

Gezegend die komt met de naam van de Heer, alleluia.

Antifoon

Laten wij een loflied zingen voor onze God, alleluia.

PsalmLofzang Dan. 3, 52-57

Loflied van de gehele schepping

De Schepper... is gezegend in eeuwigheid (Rom. 1, 25).

Geprezen zijt Gij, Heer, God onzer vaderen, *

U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen uw heilige roemrijke Naam, *

U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in het huis van uw glorie, *

U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij op de troon van uw rijk, *

U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij die de diepten doorschouwt, *

tronend op cherubs, in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in de koepel des hemels, *

U komt de lof toe in alle eeuwen.

Looft de Heer, alle schepselen Gods, *

prijst en verheft Hem eeuwig.

Eer aan de Vader en de Zoon *

en de heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd *

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Ant.

Laten wij een loflied zingen voor onze God, alleluia.

Antifoon

Looft de Heer om zijn majesteit, alleluia.

PsalmPsalm 150

Looft de Heer

Zingt Gods lof met uw geest, maar ook met uw verstand; dat betekent: verheerlijkt God met uw ziel en met uw lichaam (Hesychius).

Looft de Heer in zijn paleis, *

looft Hem in zijn hoge hemel.

Looft Hem om zijn grote daden, *

looft Hem om zijn majesteit.

Looft Hem met bazuingeschal, *

looft de Heer met harp en citer.

Looft Hem met timpaan en reidans, *

looft Hem met gitaar en fluit.

Looft Hem met geklep van bekkens, †

looft Hem met cimbaal-gerinkel: *

al wat ademt: looft de Heer!

Eer aan de Vader en de Zoon *

en de heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd *

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Ant.

Looft de Heer om zijn majesteit, alleluia.

Lezingendienst

Eerste lezing1, 1-15

Begin van het boek van de Wijsheid

De lof van Gods wijsheid.

Hebt de gerechtigheid lief, gij die het land bestuurt;

richt uw gedachten op de Heer in goede gezindheid

en zoekt Hem in eenvoud van hart,

omdat Hij zich laat vinden door wie Hem niet uitdagen

en zich toont aan wie niet weigeren in Hem te geloven,

want kronkelige redeneringen

verwijderen de mensen van God

en als zij willen beproeven hoever zijn macht reikt,

worden zij, de dwazen, te schande gemaakt.

In een ziel die op het kwade belust is,

neemt de wijsheid niet haar intrek

en zij woont niet in een lichaam

dat zich aan zonde heeft overgegeven.

Want de heilige Geest die wijsheid leert,

is afkerig van onoprechtheid

en wars van dom geredeneer

en Hij trekt zich terug waar de ongerechtigheid nadert.

De wijsheid is een geest die de mensen liefheeft,

maar zij laat de godslasteraar niet ongestraft

voor wat er over zijn lippen komt:

God immers is de getuige van zijn nieren,

de feilloze waarnemer van zijn hart

en de beluisteraar van zijn tong.

Want de geest van de Heer vervult het aardrijk

en Hij die alles omvat houdt,

Hij weet wat er gesproken wordt.

Geen enkele mens die zondige dingen zegt,

kan dan ook verborgen blijven

en de gerechtigheid zal hem zeker niet voorbijgaan

als ze straffend optreedt.

De gedachten van de goddeloze

ontkomen namelijk niet aan een onderzoek

en het geluid van zijn woorden

dringt door tot de Heer:

zo worden zijn ongerechtigheden bestraft.

Want het jaloerse oor hoort alles

en morrende geluiden blijven niet onopgemerkt.

Wacht u dus voor gemor waar gij niet beter van wordt

en behoedt uw tong voor lasterpraat,

want zelfs wat heimelijk gezegd wordt,

blijft niet zonder gevolgen

en een mond die liegt, vermoordt de ziel.

Jaagt niet de dood na

door op uw levensweg te dwalen

en haalt u het verderf niet op de hals

door de werken van uw handen;

want God heeft de dood niet gemaakt

en Hij vindt geen vreugde

in de ondergang van hen die leven,

maar alles heeft Hij voor het zijn geschapen

en de schepselen in de wereld zijn heilzaam;

er is geen kruid bij dat verderf brengt

en de onderwereld heerst niet over de aarde,

want de gerechtigheid is onsterfelijk.

ResponsoriumSpr. 3, 13.4.17; Jak. 3, 17

R. Gelukkig de mens die wijsheid vindt, want men kan beter wijsheid winnen dan zilver of goud; haar wegen zijn lieflijke wegen en al haar paden zijn vrede.

V. De wijsheid van omhoog is rein, vredelievend, vriendelijk en voor rede vatbaar, rijk aan barmhartigheid en aan vruchten van goede daden.

R. Haar wegen zijn lieflijke wegen en al haar paden zijn vrede.

Tweede lezing

Uit de brief van de heilige paus Clemens I († 101) aan de Korintiërs

God die zijn weldaden aan allen bewijst, heeft de wereld in eenheid en harmonie tot stand gebracht.

Laten wij onze aandacht richten op de Vader en Schepper van heel de wereld en in ons de gedachte levend houden aan de grootse en alles overtreffende gaven die Hij alleen kan schenken: vrede met God en andere weldaden. Zien we in gedachten naar Hem op en beschouwen wij met de ogen van de ziel zijn lankmoedige gezindheid; bedenken wij hoe barmhartig Hij zich toont jegens heel zijn schepping.

De hemelen, door zijn leiding in beweging gebracht, zijn Hem in vrede onderdanig; dag en nacht doorlopen zij de door Hem vastgestelde baan, zonder elkaar te hinderen. De zon en de maan en het sterrenstelsel wentelen zich volgens zijn ordening zonder enige afwijking voort in hun voorgeschreven banen. Overeenkomstig zijn wil draagt de aarde vrucht en brengt zij, op gezette tijden, overvloedig voedsel voort voor mens en dier en voor alle wezens die daarop leven. Daarin weifelt zij niet en wijzigt zij niets van hetgeen door God is vastgesteld.

De onnaspeurlijke diepten van de afgronden en de onbeschrijflijke gebieden daar beneden bestaan krachtens dezelfde wetten. De massa van de onmetelijke zee, door zijn verordening in bekkens samengehouden, doorbreekt de wallen rondom haar niet, maar houdt zich aan wat de Heer voor haar heeft vastgesteld. Want Hij sprak: ‘Tot hier en niet verder, hier breken uw trotse golven’ (Job 38, 11).

De oceaan, onbevaarbaar voor de mensen, en de werelden die daarachter liggen, worden bestuurd door dezelfde beschikkingen van de Heer.

De jaargetijden van lente en zomer en herfst en winter lossen elkaar in vrede af. De winden doen, ieder vanuit zijn hoek en op zijn tijd, feilloos hun dienst. Eeuwigvloeiende bronnen, dienend tot verkwikking en gezondheid, bieden de mensen zonder onderbreking haar levengevende borsten. En de geringste van de dieren houden hun samenkomsten in eendracht en vrede.

De grote Schepper en Heer van het heelal heeft gewild dat dit alles in vrede en eendracht zou geschieden. Hij bewijst aan allen zijn weldaden, maar overvloedig aan ons die onze toevlucht hebben genomen tot zijn barmhartigheid door onze Heer Jezus Christus. Hem zij eer en heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ResponsoriumVgl. Judit 9, 12; 6, 19a

R. God, gebieder van hemel en aarde, koning van heel uw schepping, verhoor de smeekbede van uw dienaren.

V. Heer, God, koning van hemel en aarde, wees begaan met onze vernedering.

R. Verhoor de smeekbede van uw dienaren.

Evangelie van de dag

EvangelieMt. 22,34-40

Toen nu de Farizeeën vernamen dat Hij de Sadduceeën de mond gesnoerd had, kwamen zij bijeen en een van hen, een wetgeleerde, vroeg Hem om Hem op de proef te stellen: “Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?” Hij antwoordde hem: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.”

Te Deum

U, God, loven wij

U, God, loven wij. *

U, Heer, prijzen wij.

U, eeuwige Vader, *

eert heel de aarde.

Tot U roepen alle engelen, *

tot U de hemelen en alle machten.

Tot U roepen Cherubijnen en Serafijnen, *

die zonder ophouden zingen:

Heilig, heilig, heilig de Heer, *

de God der hemelse machten.

Vol zijn hemel en aarde *

van uw grote heerlijkheid.

U looft het roemvol koor der apostelen, *

U het lofwaardig getal der profeten.

U looft de blanke stoet der martelaren, *

U prijst de heilige kerk over heel de aarde:

U, Vader, onmetelijk in majesteit †

U, eniggeboren Zoon, waarachtig en hoog verheven, *

U, heilige Geest, de Vertrooster.

Gij, Christus, Koning der glorie, *

Gij zijt de eeuwige Zoon van de Vader.

Gij, die om de mens verlossing te brengen, *

geen vrees hebt gehad voor de schoot van de Maagd.

Gij, die de prikkel van de dood hebt overwonnen *

en voor de gelovigen het hemels Rijk hebt geopend.

Gij zit aan Gods rechterhand in de glorie van de Vader, *

Gij zult als rechter komen, zoals wij geloven.

U dan smeken wij: kom uw dienaars te hulp, *

die Gij door uw kostbaar bloed hebt gered.

Laat ons geteld worden onder uw heiligen *

in de eeuwige heerlijkheid.

Red, Heer, uw volk en zegen uw erfdeel, *

hoed hen en draag hen voor immer.

U willen wij prijzen, iedere dag, *

uw Naam verheerlijken voor altijd.

Wees genadig, Heer, *

spaar ons deze dag voor de zonde.

Ontferm U over ons, Heer, *

ontferm U over ons.

Laat uw barmhartigheid neerdalen over ons, *

zoals ons vertrouwen uitgaat naar U.

Op U, Heer, is onze hoop gevestigd, *

beschaam ons niet in eeuwigheid.

Te Deum laudamus

Te Deum laudámus: *

te Dóminum confitémur.

Te aetérnum Patrem *

omnis terra venerátur.

Tibi omnes ángeli, *

tibi caeli et univérsae potestátes:

Tibi chérubim et séraphim *

incessábili voce proclámant:

Sanctus, Sanctus, Sanctus *

Dóminus Deus Sábaoth.

Pleni sunt caeli et terra *

maiestátis glóriae tuae.

Te gloriósus Apostolórum chorus, *

te prophetárum laudábilis númerus,

Te mártyrum candidátus laudat exércitus. *

Te per orbem terrárum sancta confitétur Ecclésia,

Patrem imménsae maiestátis; †

venerándum tuum verum et únicum Fílium; *

Sanctum quoque Paráclitum Spíritum.

Tu rex glóriae, Christe. *

Tu Patris sempitérnus es Fílius.

Tu, ad liberándum susceptúrus hóminem, *

non horruísti Vírginis úterum.

Tu, devícto mortis acúleo, *

aperuísti credéntibus regna caelórum.

Tu ad déxteram Dei sedes in glória Patris. *

Iudex créderis esse ventúrus.

Te ergo quaésumus, tuis fámulis súbveni, *

quos pretióso sánguine redemísti.

Aetérna fac cum sanctis tuis *

in glória numerári.

Salvum fac pópulum tuum, Dómine, *

et bénedic hereditáti tuae.

Et rege eos, *

et extólle illos usque in aetérnum.

Per síngulos dies benedícimus te; †

et laudámus nomen tuum in saéculum, *

et in saéculum saéculi.

Dignáre, Dómine, die isto *

sine peccáto nos custodíre.

Miserére nostri, Dómine, *

miserére nostri.

Fiat misericórdia tua, Dómine, super nos, *

quemádmodum sperávimus in te.

In te, Dómine, sperávi: *

non confúndar in aetérnum.

Vervolg van de Lauden

Korte lezingEz. 36, 25-27

Ik zal u met zuiver water besprenkelen en ge zult rein worden; van al uw ongerechtigheden en van al uw afgoderij zal Ik u reinigen. Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u uitstorten; Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees geven. Mijn geest zal Ik in u uitstorten en Ik zal ervoor zorgen dat ge mijn wetten nakomt en mijn voorschriften nauwkeurig onderhoudt.

Kort responsorium

V. Wij loven U, Heer, ° en wij prijzen uw Naam.

R. Wij loven U, Heer, ° en wij prijzen uw Naam.

V. Uw wondere daden verhalen wij.

R. En wij prijzen uw Naam.

V. Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

R. Wij loven U, Heer, ° en wij prijzen uw Naam.

Antifoon bij het Benedictus

Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig. Bemin uw naaste als uzelf. Ik ben de Heer.

Lofzang van Zacharias (Benedictus)Lc. 1, 68-79

De Messias en zijn voorloper

Geprezen zij de Heer, de God van Israël

Geprezen zij de Heer, de God van Israël, *

omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevrijdt.

Een redder heeft Hij ons verwekt *

in het geslacht van David, zijn getrouwe;

Zoals Hij reeds van oudsher had verklaard *

bij monde van zijn heilige profeten:

Verlossing uit de macht van onze vijanden *

en uit de hand van allen die ons haten.

Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn, *

zijn heilige verbond gestand doen;

De eed aan onze vader Abraham gezworen *

ons eenmaal te verlenen;

Om aan de greep van vijanden ontrukt *

Hem zonder vrees te dienen;

In vroomheid en gerechtigheid *

al onze dagen voor zijn aanschijn.

En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhoogste, *

want gij gaat voor de Heer uit om zijn weg te banen.

Gij zult zijn volk de boodschap van verlossing brengen *

door de vergeving van hun zonden;

Dank zij de innige barmhartigheid van onze God, *

die als een nieuwe dag voor ons zal opgaan;

Om licht te brengen in het duister en de schaduw van de dood *

en onze voeten te geleiden op een weg van vrede.

Eer aan de Vader en de Zoon *

en de heilige Geest.

Zoals het was in het begin en nu en altijd *

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Benedíctus Dominus Deus Israel

Benedíctus Dóminus Deus Israel, *

quia visitávit et fecit redemptiónem plebi suae

et eréxit cornu salútis nobis *

in domo David púeri sui,

sicut locútus est per os sanctórum, *

qui a saéculo sunt, prophetárum eius,

salútem ex inimícis nostris *

et de manu ómnium, qui odérunt nos;

ad faciéndam misericórdiam cum pátribus nostris *

et memorári testaménti sui sancti,

iusiurándum, quod iurávit ad Abraham patrem nostrum, *

datúrum se nobis,

ut sine timóre, de manu inimicórum liberáti, *

serviámus illi

in sanctitáte et iustítia coram ipso *

ómnibus diébus nostris.

Et tu, puer, prophéta Altíssimi vocáberis: *

praeíbis enim ante fáciem Dómini paráre vias eius,

ad dandam sciéntiam salútis plebi eius *

in remissiónem peccatórum eórum,

per víscera misericórdiae Dei nostri, *

in quibus visitábit nos oriens ex alto,

illumináre his, qui in ténebris et in umbra mortis sedent *

ad dirigéndos pedes nostros in viam pacis.

Glória Patri, et Fílio, *

et Spirítui Sancto.

Sicut erat in princípio, et nunc et semper, *

et in saécula saeculórum. Amen.

Ant.

Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig. Bemin uw naaste als uzelf. Ik ben de Heer.

Voorbeden

Danken wij onze Verlosser, die in deze wereld gekomen is om God-met-ons te zijn, en roepen wij Hem aan:

R. Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

Heer Jezus Christus, Gij gaat voor ons op als de nieuwe dag en Gij zijt de eerste der verrezenen; ° laat ons U volgen zodat wij niet zitten in de schaduw van de dood, maar wandelen in het licht van het leven.

R. Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

Geef dat wij in alle schepselen uw goedheid zien, ° en dat wij overal uw heerlijkheid kunnen aanschouwen.

R. Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

Sta niet toe dat het kwade ons ooit overwint, ° maar help ons het kwade te overwinnen door het goede.

R. Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

Gij zijt in de Jordaan gedoopt en door de heilige Geest gezalfd; ° geef dat wij ons vandaag laten leiden door de genade van de heilige Geest.

R. Christus, Koning van de heerlijkheid, wees ons licht en onze vreugde.

(intentie naar keuze)

Onze Vader

Onze Vader

Onze Vader, die in de hemel zijt,

uw naam worde geheiligd,

uw rijk kome,

uw wil geschiede

op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,

en breng ons niet in beproeving

maar verlos ons van het kwade.

Pater Noster

Pater noster, qui es in caelis,

sanctificétur nomen tuum,

advéniat regnum tuum,

fiat volúntas tua,

sicut in caelo et in terra.

Panem nostrum quotidiánum da nobis hodie,

et dimítte nobis débita nostra,

sicut et nos dimíttimus debitóribus nostris,

et ne nos indúcas in tentatiónem,

sed líbera nos a malo.

Gebed

Algemeen

Almachtige eeuwige God, verdiep ons geloof, versterk onze hoop en verruim onze liefde. Schrijf ons uw geboden in het hart, zodat wij uw beloften waardig worden. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Jaar A

God, Gij zijt eeuwig; wij zijn aan de tijd gebonden. Gij zijt almachtig; wij zijn zonder U tot niets in staat. Doordring ons van uw menslievendheid zodat begrip en goedheid het winnen van vooroordeel en misverstand. Geef dat onze liefde tot U en tot de naaste ook bevrijding brengt in deze tijd en aanzet wordt van het eeuwig leven. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Slot

Als er een priester of diaken is, besluit hij met de zegen zoals op het einde van de eucharistieviering, eventueel gevolgd door de wegzending. Bij afwezigheid van een priester of diaken of bij het afzonderlijk bidden, besluit men aldus:

De Heer schenke ons zijn zegen,

Hij beware ons voor onheil

en geleide ons tot eeuwig leven.

Amen.